Vormsel

In de Bijbel

De Bijbel spreekt veelvuldig over de bezieling van de heilige Geest. In het boek Genesis wordt bij de schepping gezegd dat de Geest van God over de wateren zweefde (Gen. 1, 2b).
Beeldend wordt verteld dat God de mens de levensadem in de neus blies (Gen. 2, 7).
In psalm 104 wordt over de levenskracht die van God uitgaat gezongen: ‘zendt Gij uw geest, dan komt er weer leven, dan maakt Gij uw schepping weer nieuw’ (vs. 30).
Op bijzondere manier ontvingen de profeten de kracht van Gods Geest. In het Nieuwe Testament zegt de engel Gabriël tot Maria: ‘De heilige Geest zal over u komen, de kracht van de Allerhoogste zal u overschaduwen’ (Lc. 1,35).
Jezus benadrukt aan het begin van zijn openbare leven dat Hij geheel vervuld is van de heilige Geest (Lc. 4, 14-21). Later belooft Jezus de heilige Geest aan zijn leerlingen als trooster en helper (Joh. 14, 25-26), de Geest van de waarheid (Joh. 16, 13).
Na zijn verrijzenis blaast Jezus over zijn leerlingen en zegt: ‘ontvangt de heilige Geest’ (Joh. 20, 22).
Op Pinksteren worden velen bezield door het vuur van de Geest (Hand. 2, 1-4).
Petrus en Johannes kwamen eens bij mensen die gedoopt waren, maar nog niet de heilige Geest hadden ontvangen (Hand. 8, 14-17).
De apostelen spraken een gebed over hen uit en legden hun de handen op: de gedoopten ontvingen de heilige Geest. In deze tekst is sprake van de bekrachtiging van het doopsel door een gave van de Geest die gegeven wordt door handoplegging en gebed.

In de liturgie

De bisschop is de eigenlijke bedienaar van het vormsel, de vormheer. Hij kan andere priesters delegeren en aan hen de taak toevertrouwen om het sacrament van het vormsel toe te dienen in zijn plaats.
In het bisdom is dat meestal een vicaris.
Wanneer een volwassene wordt opgenomen in de Kerk en het vormsel meteen na het doopsel plaatsvindt, dan is de pastoor doorgaans de bedienaar van het sacrament van het vormsel. Vaak wordt het vormsel toegediend tijdens de viering van de eucharistie, na het houden van de preek.
De toediening van het vormsel wordt voorafgegaan door de afzwering van het kwaad en de belijdenis van het geloof door de degene die het vormsel gaat ontvangen. Het is de vernieuwing van de geloofsbelijdenis die destijds bij het ontvangen van het doopsel al eens werd uitgesproken.
Daarna bidt de vormheer met uitgestrekte handen het gebed van de handoplegging om te vragen dat de vormeling de rijke gaven van de heilige Geest mag ontvangen.
Vervolgens komt de vormeling naar voren en wordt de naam van de vormeling genoemd. Dan zalft de vormheer met de rechterduim de vormeling in kruisvorm op hetvoorhoofd. Daarbij wordt gezegd: ‘Ontvang het zegel van de heilige Geest, de gave Gods.’
Daarna wordt een vredewens uitgewisseld. De vormheer zegt: ‘Vrede zij u.’ De vormeling antwoordt: Én vrede voor u.'



De betekenis

Het woord ‘vormsel’ komt van het Oud-Nederlandse woord ‘vroomsel’. Dat betekent ‘sterksel’ (vroom = sterk). Het sacrament van het vormsel is de bekroning van het eerder ontvangen doopsel.
Op bijzondere wijze wordt in het vormsel nog eens de kracht van de heilige Geest doorgegeven, de sterkte van de heilige Geest. Het is de bevestiging van het doopsel.
Het vormsel geeft de kracht van de heilige Geest om te getuigen van Jezus en zijn evangelie, om uit te komen voor je geloof in de levende Heer. De sterkte van de heilige Geest helpt een christen om in het dagelijkse leven in woord en daad méér te lijken op Christus.
Jezus belooft aan zijn leerlingen van toen en nu: ‘gij zult kracht ontvangen van de heilige Geest die over u komt, om mijn getuigen te zijn [..] tot aan het uiteinde der aarde’ (Hand. 1, 8).

Almachtige God, Vader van onze Heer Jezus Christus, Gij hebt uw dienaren herboren doen worden uit het water en de heilige Geest en bevrijd uit de macht van de zonde.
Wij bidden U: zend over hen de heilige Geest, de Trooster, schenk hun de geest van wijsheid en verstand, de geest van inzicht en sterkte, de geest van kennis, van ontzag en liefde voor uw naam.
Door Christus onze Heer. Amen. (Gebed bij de handoplegging)

Het vormsel wordt slechts eenmaal toegediend, evenals het doopsel, waarvan het de voltooiing is. Het vormsel drukt inderdaad een onuitwisbaar geestelijk teken in de ziel, het merkteken; het duidt aan dat Jezus Christus deze christen met het zegel van zijn Geest gemerkt heeft door hem te bekleden met kracht uit den hoge om zijn getuige te zijn. (Catechismus van de Katholieke Kerk nr. 1304)

God, Gij hebt uw apostelen de heilige Geest gegeven, en gewild dat ook zij en hun opvolgers op hun beurt de Geest zouden doorgeven aan allen die geloven. Wij bidden U: geef dat door uw genade uw Geest leeft in alle gelovigen zoals tijdens de eerste verkondiging van het evangelie. Door Christus onze Heer. (Gebed ter afsluiting van de voorbede)

Zij lieten zich dopen in de naam van de Heer Jezus. Nadat Paulus hun de handen had opgelegd, kwam de heilige Geest over hen. (Hand. 19, 5-6a)

Paus Paulus VI: ‘Het sacrament van het vormsel wordt toegediend door de zalving van het voorhoofd met chrisma, die bij wijze van handoplegging geschiedt en door de woorden: Ontvang het zegel van de heilige Geest, de gave Gods.’ Constitutie over het vormsel, 1971)

Uit het geloofsboekje Het sacrament van het vormsel (mgr. J. van den Hende)

Jaarlijks worden jongeren voorbereid op het ontvangen het Vormsel. maart.

Voor het Vormsel komen in aanmerking jongens en meisjes uit groep 8 van de basisschool, maar ook degenen die al voortgezet onderwijs volgen, kunnen meedoen.

Opgeven via ons contactformulier