Wijding tot het ambt


In de Bijbel

Jezus riep mensen om Hem te volgen (Mc. 1, 15). Naast de oproep aan alle mensen van goede wil koos de Heer twaalf leerlingen uit om op een bijzondere manier met Hem verbonden te zijn en uitgezonden te worden. Op initiatief van de Heer zelf werden zij voor het dienstwerk uitgekozen. Toen de Heer tijdens het laatste avondmaal de eucharistie instelde kregen zij de opdracht: ‘Doet dit tot een gedachtenis aan Mij’ (Lc. 22, 19).
Na de verrijzenis zendt de Heer zijn apostelen uit: Gaat dus en maakt alle volkeren tot mijn leerlingen en doopt hen [..] en leert hun te onderhouden alles wat Ik u bevolen heb (Mt. 28, 19-20; zie ook: Mc. 16, 15).

De apostelen verzamelden op hun beurt naaste medewerkers bij de vervulling van hun van de Heer ontvangen opdracht. Ze stelden zeven mannen aan als diakens om mee te werken ten behoeve van de ondersteuning aan de weduwen en armen (Hand. 6, 4). Een aantal mannen werd voorgedragen aan de apostelen ‘die na gebed hun de handen oplegden’ (Hand. 6, 6).
Ook werden ‘presbuteroi’ (oudsten) aangesteld: ‘In elke gemeente stelden zij na gebed en vasten oudsten voor hen aan en vertrouwden hen toe aan de Heer, in wie zij nu geloofden’ (Hand. 14:23)

In de liturgie

De wijding tot diaken, prister of bisschop vindt plaats in een viering van de eucharistie. Na de schriftlezingen (viering van het woord) wordt de wijdeling naar voren geroepen. Ten overstaan van de wijdende bisschop antwoordt de wijdeling: ‘Ja, hier ben ik.’ Er volgt een verklaring in korte bewoordingen dat de wijdeling geschikt is om de wijding te ontvangen.

De bisschop houdt de preek (homilie) waarin hij de lezingen van de Schrift uitlegt en het geloof verkondigt.
Daarna antwoordt de wijdeling bevestigend op een aantal vragen van de bisschop die betrekking hebben op de dienstbaarheid aan God en aan de mensen, en op vragen die betrekking hebben op de specifieke verantwoordelijkheden die met het ambt van diaken, priester of bisschop gegeven zijn.
Daarna wordt een smeekgebed (litanie) tot God en alle heiligen gezongen, terwijl de wijdeling gestrekt voorover op de grond ligt. Daarna gaat de wijdeling naar de bisschop toe om gewijd te worden.

De wijdende bisschop legt n stilte de handen op het hoofd van de wijdeling. De wijdeling blijft geknield terwijl de bisschop het wijdingsgebed bidt. Er zijn specifieke gebeden voor de wijding tot diaken, tot priester en tot bisschop. Na een aantal aanvullende handelingen (bijvoorbeeld bij de priesterwijding zalft de bisschop de handpalmen van de wijdeling met chrisma) gaat de viering van de eucharistie verder op de gebruikelijke manier.

De betekenis

In het licht van de heilige Schrift, wordt de zending van Christus aan zijn apostelen voortgezet in de Kerk tot op vandaag. ‘Zo wordt het door God ingestelde kerkelijke ambt in verschillende wijdingsorden uitgeoefend door degene die reeds van oudsher als bisschoppen, priesters en diakens bekend staan’ (Vaticanum II, Lumen Gentium 28).
Het sacrament van de wijding staat ten dienste van het geloofsleven van heel de Kerk, het Volk van God.

De dragers van het gewijde ambt zijn aangesteld om in Christus’ Naam het geloof te verkondigen, de sacramenten te bedienen en herders te zijn van de medegelovigen die aan hun zorg zijn toevertrouwd.
Door het doopsel en het vormsel hebben alle gelovigen deel aan de zending die Christus aan zijn Kerk gegeven heeft: het gemeenschappelijk priesterschap van de gelovigen (Lumen Gentium 10).
Zij zijn geroepen om bij te dragen aan de opbouw van een inspirerende Kerk en van daar uit mee te werken aan een samenleving die meer de vorm aanneemt van het koninkrijk van God.

Het ambtelijk priesterschap, op grond van de wijding, heeft de taak om in Christus’ Naam de gelovigen te voeden en te sterken met de sacramenten en de verkondiging, en leiding te geven. Zo worden de gelovigen toegerust om de opdracht van het gemeenschappelijk priesterschap in de Kerk en daarbuiten te volbrengen. Het gemeenschappelijk priesterschap van de gelovigen en het ambtelijk priesterschap van de wijding verschillen dus wezenlijk van elkaar. Ze zijn op elkaar aangewezen. Beiden hebben op een eigen manier deel aan het pristerschap van Christus.

Jezus ging de berg op en riep tot zich die Hij zelf wilde; en zij kwamen bij Hem. Hij stelde er twaalf aan om Hem te vergezellen en door Hem uitgezonden te worden om te prediken met de macht de duivels uit te drijven. (Mc. 3, 13-15)

Moge God, die het goede werk in u is begonnen, het zelf tot voltooiing brengen. (Rituale wijding)

Wij hebben voor u gebeden dat uw geloof niet bezwijkt. En gij op uw beurt tot inkeer gekomen, versterk uw broeders, versterk uw zusters. (H. Beex, Lied van de wegzending)

Alle woorden die in de Kerk gesproken worden dienen om het Woord van God te verkondigen, te vieren en als bron van leven en inspiratie door te geven. Het is dan ook niet zo dat de Kerk, en al evenmin de kerkelijke leiding, het Woord van God in bezit heeft en erover kan beschikken [..] Ambtsdragers in de Kerk zijn verkondigers en uitleggers van het Woord van God, maar allereerst blijven ze luisteraars en leerlingen, net als iedereen. (Bisschoppelijke brief ‘In Christus’ Naam’)

Zoals de gelovigen door de sacramenten van het doopsel en het vormsel deel krijgen aan het gemeenschappelijk priesterschap, zo verleent het sacrament van de wijding de waardigheid en de zending van het ambtelijk priesterschap. (Bisschoppelijke brief ‘Kerk, Eucharistie en Priesterschap.

Uit geloofsboekje Het sacrament van de wijding tot het ambt (mgr J. van den Hende)


De priesteropleiding van het Bisdom Rotterdam is in Vronesteyn. Op de website van het bisdom kunt u hier meer over vinden:
Naar informatie Vronesteyn