28.10.2020 Parochie 1

Woord ter bemoediging

Een fluisterend gloria

Het is zondag, en ik ga maar weer eens naar de kerk. De hele herfst zijn alle zondagen in mijn agenda open gebleven, want we zouden weg zijn voor conferenties en aangeplakte vakantiedagen. Dat zit er niet in. Voor niemand trouwens. Wat zijn we toch een met onze koning!

Een dienst in het Steiger, vanouds was dit een open oecumenische katholieke geloofsgemeenschap in het hart van Rotterdam. Een kwetsbare club inmiddels. Hier neemt vandaag een aardige collega afscheid. Of ik er bij mag zijn, informeer ik, en dat mag ik. Een van de dertig gelukkigen. Maar de collega komt toch niet, afscheid met dertig man vind hij geen succes. Ach, met zo’n getal kun je ook een ambtsjubileum vieren.

Er wordt niet gezongen, zingen is echt gevaarlijk, daar zeuren we niet meer over. Maar die ene stem die ‘voor u allen zingt’ brengt niet echt de emotie over die we bij een gezamenlijk gezongen gloria voelen.

Met dertig man in zo’n grote kerk, dat voelt bizar. Het fenomeen Corona mengt zich met dat wat secularisatie heet en de resultaten van kerkpolitiek ingrijpen. Ik houd eigenlijk meer van kerken die kwetsbaar zijn dan die waar ze ronken met bezoekers getallen. Maar hoe lang kunnen deze vieringen zo nog door gaan.

Als ik bij de communie naar voren loop, handen net tevoren schoongewassen met een desinfecteermiddel, en me meld aan het perspex loket waarachter de collega staat en zij me met een tang de hostie aanreikt schieten allerlei gedachten tegelijk door mijn hoofd.

Dit heet genadebrood. Bij het schuldgebed aan het begin van de dienst had ik al wat geschutterd. Ik ben wel calvinist, maar hoeveel kans hebben we nog in deze tijd om zonden te doen en schuld op ons geweten te laden. Maar goed, de aarde is zondig, de samenleving als geheel ook, daar blijf ik niet buiten. Dus: ‘mea culpa’. Die corona komt toch ook ergens vandaan!

Dan wordt er tijdens het tafelgebed geroepen: ‘ De Heer is met U’, zeker en vast beaam ik stilletjes. Maar het blijft wel erg stil aan gene zijde van het hemelgewelf. Natuurlijk, ik weet wel, alles dat we maar God toewijzen als ‘ to do’, is toch vooral ons eigen huiswerk. Bovendien, die corona komt niet Vom Himmelhoch, maar uit de krochten van een kapotte wereld. Wat zou het heerlijk zijn dat je door het eten van de hostie bijvoorbeeld immuun zou worden voor enge ziektes of andere aandoeningen.

Nog een gedachte bij het naar voren lopen om de communie te ontvangen. Wat hier nu met en rond ons gebeurt is zo ongedacht dat een kwetsbare geest er vanzelf een complot achter zou kunnen vermoeden. En dat gebeurt dan ook, zulk wantrouwend denken, massaal, in ons land en daarbuiten. Zo’n pandemie krijg je niet zelf bedacht, concluderen mensen, dus moeten er kwaaie machten achter zitten. En dat maakt ons ritueel met het brood uitgedeeld middels een tang vanachter een perspex loket dat veiligheid moet suggereren noch wel erg machteloos en nietig. Wat een onzin, zou je kunnen besluiten, laten we naar huis gaan, onze deuren sluiten en afwachten tot het allemaal over is.

Tot slot klinkt de zegen, we slaan een kruisje en wachten op het slotspel van de organist. Het enige dat klinkt zoals alles vroeger klonk. Alle kerkmuziek van het Avondland komt hier in samen. Op de fiets terug realiseer ik me dat dit de krachtigste tegenbeweging tegen alle complot denken is. Doorgaan met onze kerkdiensten, compleet met schuldbelijdenis en gloria, zelfs al mogen we het alleen maar fluisteren. En met genadebrood door het perspex loket. De naïviteit van het gedeelde geloof in een verdeelde wereld is het begin van een gezonden toekomst voor iedereen. Straks zelfs zonder mondkapjes.

Uit: “Midden in de week oktober 2020”, Nieuwsbrief Bert Kuipers